De wedstrijd tegen Japan heeft een ongemakkelijke waarheid blootgelegd. Nederland beschikt over voldoende kwaliteit om vrijwel iedere tegenstander in Groep F pijn te doen, maar kwaliteit alleen wint geen wereldkampioenschappen.
Oranje speelde tegen Japan bij vlagen uitstekend voetbal. Virgil van Dijk opende de score, Crysencio Summerville herstelde later opnieuw de voorsprong en Nederland leek op weg naar een zakelijke overwinning. Toch stond er na negentig minuten slechts een 2-2 gelijkspel op het scorebord. Japan kwam tweemaal terug en strafte het Nederlandse gebrek aan controle genadeloos af.
Daardoor krijgt de groepswedstrijd tegen Zweden van zaterdag 20 juni een veel groter belang dan vooraf werd verwacht. Zweden begon het toernooi met een indrukwekkende 5-1 overwinning op Tunesië en staat daardoor bovenaan in Groep F. Nederland kan zich geen nieuwe misstap veroorloven als het groepswinst serieus nastreeft.
Na de kritiek op zijn wissels en tactische aanpassingen tegen Japan liet Ronald Koeman weten dat volgens hem niet de tactiek, maar het verdedigen tekort schoot. Dat is een belangrijk signaal. Het wijst erop dat de bondscoach waarschijnlijk niet zal kiezen voor een revolutie in zijn basiselftal.
Kijkend naar de officiële basisopstelling tegen Japan ligt het daarom voor de hand dat Oranje tegen Zweden opnieuw begint met dezelfde elf spelers.
Dat is immers het elftal waarmee Koeman aan het WK begon. Bovendien waren het juist Van Dijk en Summerville die de Nederlandse doelpunten voor hun rekening namen. Een bondscoach die publiekelijk zijn keuzes verdedigt, verandert meestal niet de helft van zijn ploeg een week later.
Dat betekent niet dat er geen druk staat op enkele posities. Memphis Depay viel tegen Japan in, maar maakte nog geen overtuigende claim op een basisplaats. Ook spelers als Justin Kluivert, Noa Lang en Brian Brobbey zullen hopen dat Koeman iets extra's zoekt tegen het fysiek sterke Zweden.
De grootste zorg voor Oranje ligt echter niet voorin, maar achterin.
Zweden beschikt met Viktor Gyökeres en Alexander Isak over een van de gevaarlijkste aanvallende duo's van dit WK. Tegen Tunesië combineerden zij snelheid, fysieke kracht en scorend vermogen op een manier die direct indruk maakte. Waar Japan vooral gevaarlijk werd door combinatievoetbal en beweeglijkheid, zal Zweden Nederland uitdagen in de duels, in de lucht en in de omschakeling.
Daarom wordt dit vooral een examen voor de Nederlandse defensie. Van Dijk blijft de leider van het elftal, maar tegen Japan bleek dat zelfs een verdediging met zoveel ervaring kwetsbaar kan zijn wanneer de organisatie wegvalt. Zweden zal precies daar op jagen.
Toch zou het overdreven zijn om nu al somber te worden. Nederland creëerde tegen Japan voldoende kansen om te winnen. Het middenveld met Frenkie de Jong, Ryan Gravenberch en Tijjani Reijnders behoort nog steeds tot de sterkste van het toernooi. Cody Gakpo, Donyell Malen en Crysencio Summerville beschikken over de snelheid om iedere verdediging problemen te bezorgen.
De vraag is dus niet of Oranje goed genoeg is.
De vraag is of Oranje verstandig en vooral doeltreffend genoeg is.
Wereldkampioenen herkennen het moment waarop een wedstrijd moet worden gecontroleerd en de stand met hart en ziel verdedigd. Tegen Japan ontbrak dat inzicht. Tegen Zweden krijgt Nederland een tweede kans.
Mijn verwachting: een veel zakelijker en doortastender Oranje, minder open ruimtes en een ploeg die geleerd heeft van de fouten in Dallas. Zweden is sterker dan veel mensen vooraf dachten, maar Nederland beschikt nog steeds over meer individuele kwaliteit.
Een overwinning met één doelpunt verschil lijkt daarom waarschijnlijker dan een voetbalshow. En eerlijk gezegd zou niemand in Oranje daar bezwaar tegen moeten hebben. Op een WK tellen uiteindelijk geen schoonheidspunten, maar punten.