Een bondscoach wordt niet afgerekend op de eerste zestig minuten van een wedstrijd. Hij wordt afgerekend op wat er daarna gebeurt. Juist daarom mag Ronald Koeman na het teleurstellende 2-2 gelijkspel tegen Japan kritisch in de spiegel kijken.

Nederland had de wedstrijd lange tijd onder controle. Niet omdat alles perfect liep, maar omdat Oranje met snelheid en diepgang gevaarlijk bleef. Japan had zichtbaar moeite met de omschakeling van de Nederlanders. Zodra Oranje de bal veroverde, lag er ruimte achter de Japanse defensie. Dat was het moment waarop Nederland moest doordrukken.

In plaats daarvan besloot Koeman de wedstrijd langzaam uit handen te geven.

Met zijn wissels haalde hij precies datgene uit het elftal waar Japan last van had: aanvalssnelheid. De ploeg werd statischer, voorspelbaarder en minder dreigend. Het gevolg was direct zichtbaar. Japan kon steeds verder opschuiven, meer risico nemen en kreeg het initiatief cadeau. Waar Oranje eerst de jager was, werd het plotseling de prooi.

Het is een patroon dat inmiddels bekend begint te worden onder Koeman. Hij lijkt regelmatig te kiezen voor controle, terwijl zijn ploeg juist het meest gevaarlijk is wanneer er chaos ontstaat voor de tegenstander. Het probleem is dat controle vaak een illusie blijkt. Tegen Japan leidde die voorzichtigheid niet tot rust, maar tot onzekerheid.

Ook Memphis Depay speelde opnieuw een hoofdrol, zij het niet de gewenste.

Memphis blijft een voetballer met kwaliteiten waar weinig Nederlandse aanvallers aan kunnen tippen. Zijn techniek, inzicht en trap zijn buiten discussie. Maar voetbal draait uiteindelijk om rendement. En wanneer zijn vorm ontbreekt, ontstaat steeds hetzelfde probleem: Memphis gaat voor Memphis spelen.

Te veel balcontacten. Te veel acties die niet nodig zijn. Te veel momenten waarop het tempo uit een aanval verdwijnt omdat hij nog één keer wil draaien, nog één keer wil versnellen of nog één keer zelf wil afronden.

Een speler in topvorm kan zich dat permitteren. Een speler uit vorm niet.

Het Nederlands elftal heeft behoefte aan aanvallers die het collectief beter maken. Tegen Japan gebeurde vaak het tegenovergestelde. Terwijl ploeggenoten de diepte zochten, koos Memphis geregeld voor de individuele oplossing. Dat vertraagt niet alleen het spel, het maakt Oranje ook makkelijker te verdedigen.

Koeman heeft de reputatie van een duidelijke en harde coach. Dan hoort daar ook een harde conclusie bij. Grote namen mogen geen garantie zijn op speelminuten. Vorm moet leidend zijn.

De bondscoach maakte tegen Japan de verkeerde keuzes vanaf de bank en liet te lang vasthouden aan een spits die opnieuw onvoldoende bracht. Dat kostte Oranje snelheid, dreiging en uiteindelijk punten.

Japan zal tevreden terugkijken op het gelijkspel.

Koeman niet. Tenminste, dat zou hij niet moeten zijn. Want soms verslaat een tegenstander je. Tegen Japan hielp Oranje vooral zichzelf om een overwinning weg te geven.