Er zijn momenten waarop je denkt: dit kan niet echt zijn. Dat dit land bestuurd wordt door mensen die dossiers lezen zoals anderen gebruiksaanwijzingen lezen — vluchtig, selectief en vooral te laat. Het minderheidskabinet onder leiding van Rob Jetten is zo'n moment, maar dan permanent.
Wat D66 hier neerzet, is geen bestuur. Het is een slechte toneelvoorstelling en zelfs zonder script.
Neem de leugens. Niet de kleine politieke draai, die hoort erbij. Gewoon: dingen zeggen die niet kloppen. Een minister die feiten presenteert die bij nadere inspectie losjes gebaseerd blijken op wensdenken. En dan niet corrigeren, maar doorpraten alsof realiteit optioneel is. Dat is geen foutje, dat is een houding van minachting.
Dan heb je het niveau van dossierkennis. Een staatssecretaris die zijn eigen stukken niet begrijpt. Niet een detail missen — echt de tekst niet snappen waar zij zelf verantwoordelijk voor is. Dat is alsof een piloot opstijgt en halverwege vraagt wat al die knoppen doen. En dit zijn geen incidenten meer, dit is een patroon.
Alsof dat niet genoeg is, blijkt het c.v. van een kandidaat bewindspersoon ineens creatief geschreven. Een opleiding die bij controle verdacht veel op fictie lijkt. In elke normale sector lig je er dan direct uit. In Den Haag? Dan volgt een debat en wat vage uitleg. Maar omdat het formatieproces niet belemmerd en bemoeilijkt mocht worden ging er met tegenzin alsnog een streep door die kandidaat.
Blijkbaar is geloofwaardigheid ook een "transitie".
En dan die uitspraken. Een minister die het nodig vindt om publiekelijk te suggereren dat vrouwen wel met hem naar bed willen. Dat is geen verspreking, dat is een denkfout van formaat. Het soort arrogantie dat je krijgt als iemand te lang in een bubbel zit waarin niemand nog "doe normaal" zegt.
Het probleem is niet één incident. Het probleem is dat al deze dingen samenkomen in één kabinet.
En boven dat alles hangt een minister-president die zich zichtbaar comfortabeler voelt op internationale podia dan in eigen land. Buitenlandse conferenties, Europese overleggen, diplomatieke optredens — daar zit de energie. Ondertussen kabbelt het binnenlandse bestuur voort als een project waar niemand echt zin in heeft.
Je kunt ambitie hebben voor het buitenland. Prima. Maar als je eigen kabinet thuis uit elkaar begint te vallen, is dat geen visie meer, dat is vluchtgedrag.
Wat hier zichtbaar wordt, is geen pech. Het is een structureel gebrek aan scherpte. D66 heeft zichzelf jarenlang verkocht als de partij van verstand, rationaliteit en goed bestuur. Maar verstand zonder discipline levert precies dit op: bestuurders die denken dat ze het snappen, terwijl ze de basis niet op orde hebben.
En in een minderheidskabinet wordt dat genadeloos blootgelegd. Elke fout wordt groter. Elke onduidelijkheid wordt een crisis. Elke zwakte wordt direct getest. Dit is geen veilige omgeving waar je kunt leren "on the job". Dit is de eredivisie van de politiek. En D66 speelt alsof het een oefenwedstrijd is.
Het meest ontluisterende is misschien nog dat niemand echt lijkt te beseffen hoe slecht het eruitziet. Er is geen gevoel van urgentie, geen zichtbare correctie, geen harde lijn. Alles wordt gladgestreken, weggerelativeerd, of verpakt in nog meer abstracte taal: "Metafoor; Complexiteit; Proces; Transitie." Woorden als rookgordijn.
Ondertussen stapelen de feiten zich op: onwaarheden, onkunde, opgeblazen ego's en een premier die liever in Europa rondrijst dan in Den Haag. Geen incidenten, maar symptomen.
Dit is geen kabinet dat worstelt met moeilijke keuzes. Dit is een kabinet dat worstelt met de basis van besturen.
En dat is het moment waarop satire ophoudt grappig te zijn. Want een schetsvertoning is leuk zolang het toneel is. Niet als het de pijnlijke werkelijkheid blijkt te zijn.