Nederlanders klagen graag over files, omleidingen en opengebroken snelwegen. Dat is begrijpelijk. Niemand staat vrijwillig op vrijdagmiddag stil voor een versmalde rijstrook bij Gouda of een defecte brug bij Arnhem. Toch zit er iets vreemds in die ergernis: juist omdat onze wegen en bruggen meestal goed functioneren, zijn we vergeten hoeveel werk daarvoor nodig is.
Nederland heeft een van de dichtste en best onderhouden wegennetten van Europa. Rijkswaterstaat beheert ruim 5.400 kilometer rijksweg, meer dan 1.100 bruggen en tientallen tunnels. Daarnaast zijn provincies, gemeenten en waterschappen verantwoordelijk voor duizenden andere wegen, viaducten en bruggen. Het systeem is enorm, ingewikkeld en grotendeels onzichtbaar zolang het werkt.
En het werkt. Buitenlandse chauffeurs kijken vaak verbaasd naar de kwaliteit van het asfalt, de overzichtelijke bewegwijzering en het ontbreken van gaten in de weg. In veel landen zijn bruggen pas een onderwerp wanneer ze instorten of afgesloten moeten worden. In Nederland zijn veiligheid en betrouwbaarheid zo vanzelfsprekend geworden dat iedere storing direct voelt als een nationale crisis.
Maar precies daar zit het probleem. Een groot deel van onze infrastructuur is gebouwd in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Bruggen, tunnels en viaducten waren ontworpen voor minder verkeer, lichtere vrachtwagens en een andere economie. Inmiddels rijden er veel meer auto’s, zijn vrachtwagens zwaarder geworden en wordt de infrastructuur veel intensiever gebruikt dan ooit was voorzien.
De slijtage is dus geen verrassing. Wel opvallend is hoe lang Nederland heeft gedaan alsof onderhoud vanzelf ging. Jarenlang ging politieke aandacht vooral naar nieuwe projecten: extra rijstroken, nieuwe verbindingen, prestigieuze tunnels. Onderhoud is minder sexy. Een gerenoveerde brug haalt zelden de voorpagina. Een nieuwe snelweg wel.
Dat uitstel begint nu terug te slaan. Rijkswaterstaat spreekt zelf van de grootste onderhoudsopgave uit zijn geschiedenis. Honderden bruggen en viaducten moeten de komende jaren worden geïnspecteerd, doorgerekend, versterkt of vervangen. Alleen al binnen de bruggenportefeuille gaat het om honderden beweegbare en stalen bruggen en duizenden betonnen kunstwerken.
De gevolgen zijn al zichtbaar. Bruggen mogen soms minder zwaar belast worden. Snelwegen moeten vaker dicht voor renovaties. Projecten zoals de vervanging van bruggen en viaducten langs de A44 laten zien dat complete delen van de infrastructuur het einde van hun levensduur bereiken.
Wie denkt dat dit alleen hinder oplevert voor automobilisten, kijkt te klein. Slechte infrastructuur raakt de hele economie. Vrachtwagens komen later aan. Hulpdiensten verliezen tijd. Openbaar vervoer wordt minder betrouwbaar. Bedrijven kiezen minder snel voor vestiging op plekken die slecht bereikbaar zijn. De schade loopt in de miljarden. Volgens de ANWB zijn de gevolgen van structurele tekorten al merkbaar in de vorm van afsluitingen, vertragingen en uitval. Zelfs militair transport en de bereikbaarheid van voorzieningen komen onder druk te staan.
Daar komt nog iets bij: Nederland is kwetsbaar omdat vrijwel alles met vrijwel alles verbonden is. Een defecte brug in Zuid-Holland raakt niet alleen de regio, maar kan files veroorzaken tot diep in Utrecht of Brabant. Eén tunnelstoring kan een complete logistieke keten ontregelen. Juist omdat ons netwerk zo efficiënt is ingericht, zijn de marges klein.
Dat betekent niet dat Nederland opeens een land van afbrokkelende viaducten en gevaarlijke bruggen is. Vergeleken met veel andere landen staan we er nog steeds goed voor. Maar de voorsprong waarop we jarenlang hebben geleund, verdwijnt snel als onderhoud structureel wordt uitgesteld. TNO berekende eerder al dat tot 2050 ongeveer 50 miljard euro extra nodig is voor vervanging en renovatie van bestaande infrastructuur. Zonder dat geld nemen de risico’s op storingen, beperkingen en veiligheidsproblemen verder toe.
Misschien moeten we dus anders leren kijken naar wegwerkzaamheden. Niet als bewijs dat het misgaat, maar als bewijs dat we nog op tijd zijn. Een afgesloten brug is vervelend. Een ingestorte brug is veel erger.
Nederland heeft zijn welvaart voor een groot deel gebouwd op bereikbaarheid. Wegen, bruggen en tunnels zijn geen decorstukken in het landschap; ze zijn de aderen van de economie. Je merkt pas hoe belangrijk ze zijn als ze niet meer functioneren. Tegen die tijd ben je te laat.