Oorlog is zelden netjes. Wie beweert dat geweld altijd illegitiem is, kijkt naar de wereld alsof die bestuurd wordt door juristen in plaats van door regimes, raketten en macht. De recente aanvallen van Israël en de Verenigde Staten op Iran zijn gevaarlijk, riskant en geopolitiek explosief. Maar dat maakt ze niet automatisch onrechtvaardig. Sterker nog: onder bepaalde omstandigheden zijn ze logisch – en misschien zelfs noodzakelijk.
Eerst de context. Iran is geen normale staat. Het is een theocratische autocratie die zijn macht decennialang heeft behouden via repressie, regionale milities en ideologische oorlog tegen Israël. In de winter van 2025–2026 explodeerde de onvrede in Iran zelf: massale protesten in meer dan honderd steden tegen economische chaos en politieke onderdrukking. Het regime reageerde niet met hervormingen maar met kogels. Schattingen spreken over tienduizenden doden en tienduizenden arrestaties nadat veiligheidstroepen demonstranten met scherp vuur neerschoten en drones inzetten tegen burgers.
Dat is de realiteit waar veel discussies in Europa gemakshalve overheen stappen. Wie de aanval van Israël en de VS veroordeelt, doet vaak alsof Iran simpelweg een soevereine staat is die slachtoffer werd van agressie. Dat is een halve waarheid. De andere helft is dat het Iraanse regime al jaren oorlog voert op verschillende fronten: via Hezbollah en Hamas, via regionale proxy's, via raketprogramma's en via de permanente retoriek dat Israël vernietigd moet worden.
Daar komt nog iets bij: het nucleaire dossier. Iran heeft jarenlang uranium verrijkt tot niveaus dicht bij wapengeschikt materiaal. In 2024 beschikte het land over honderden kilo's uranium verrijkt tot 60 procent – technisch nog één stap verwijderd van kernwapenniveau. Zelfs als Teheran officieel volhoudt dat zijn programma civiel is, begrijpt iedereen in de regio wat dat betekent: zodra de politieke beslissing wordt genomen, kan de stap naar een kernwapen relatief snel worden gezet.
Voor Israël is dat een existentiële vraag. Geen academisch debat, maar een simpele strategische rekensom. Een regime dat openlijk oproept tot jouw vernietiging, dat milities rond jouw grenzen financiert en dat tegelijk de technische capaciteit ontwikkelt voor kernwapens – dat laat je niet rustig doorgaan tot het te laat is.
Daarom zien Israël en Washington de aanval als preventie. Hard, riskant, maar volgens hun logica noodzakelijk.
Critici wijzen terecht op het internationale recht. Europese leiders en juristen stellen dat een aanval zonder directe zelfverdediging of VN-mandaat een schending van het VN-Handvest is. Dat argument is juridisch consistent, maar geopolitiek naïef. Het VN-systeem werkt alleen als alle spelers zich eraan houden. Iran heeft jarenlang VN-resoluties genegeerd over zijn raket- en nucleaire programma. Regimes die internationale regels structureel ondermijnen, kunnen moeilijk verwachten dat anderen zich er religieus aan blijven houden.
Maar de kern van de kwestie ligt niet in Washington, Tel Aviv of Brussel. De kern ligt in Teheran, Isfahan en Shiraz.
De Iraanse bevolking is geen blok dat achter zijn regime staat. Peilingen en onderzoeken laten zien hoe verdeeld het land is. In een grote survey na eerdere oorlogen gaf 58 procent van de Iraniërs de regering een negatieve beoordeling voor het beschermen van de bevolking en vond 69 procent dat de staat moest stoppen met de retoriek over de vernietiging van Israël. Met andere woorden: veel Iraniërs zien het conflict als een oorlog tussen Israël en het regime – niet tegen henzelf.
Dát is een cruciaal onderscheid!
De Iraanse diaspora laat dat nog duidelijker zien. Na recente aanvallen vierden sommige Iraniërs in het buitenland zelfs de dood van de opperste leider, terwijl Teheran dreigt hun bezittingen in beslag te nemen als ze steun uitspreken voor de VS of Israël. Je hoeft geen geopolitiek genie te zijn om te begrijpen wat dat betekent: een deel van het Iraanse volk ziet buitenlandse druk als kans op verandering.
Dat is de ongemakkelijke waarheid die vaak uit discussies wordt weggefilterd. Westerse activisten roepen "geen oorlog", maar Iraanse demonstranten roepen iets anders: "Weg met de dictator!"
Betekent dat dat bommen automatisch vrijheid brengen? Nee, natuurlijk niet. Irak en Libië laten zien hoe desastreus regime-change-oorlogen kunnen eindigen.
Maar het tegenovergestelde is ook waar: niets doen betekent vaak dat een regime ongestoord doorgaat met repressie, regionale oorlogen en nucleaire ambities.
De vraag is dus niet of de aanval perfect is. Die bestaat niet. De vraag is of de status quo beter was.
Een regime dat tienduizenden eigen burgers neerschiet en vermoordt, oppositieleden gevangen zet, raketten ontwikkelt en oproept tot de vernietiging van een buurstaat, heeft zijn morele krediet al lang verspeeld.
En ergens, tussen de geopolitieke analyses en de juridische debatten, klinkt een stem die vaak wordt genegeerd: die van de Iraniërs zelf.
Hun boodschap is simpel.
Niet: "Red ons met bommen." Maar ook niet: "Laat ons met rust."
Hun boodschap is: "Laat dit regime niet eeuwig bestaan."