De uitslag van de gemeente­raads­verkiezingen 2026 lieten zich al raden: lokale partijen winnen. Wéér. En nee, dat is geen incident meer. Dit is een structurele verschuiving waar Den Haag geen antwoord op heeft.

Volgens Ipsos I&O stevenen lokale partijen af op zo’n 34,5 procent van de stemmen – meer dan in 2022. Samen vormen ze daarmee veruit het grootste politieke blok. Geen partij, geen ideologie, geen gezamenlijk programma. Gewoon: lokaal. Precies dat is het probleem én de reden van hun succes.

Landelijke partijen blijven doen alsof gemeentepolitiek een soort mini-Tweede Kamer is. Ze praten over klimaatdoelen, migratieframes en partijdiscipline, terwijl de kiezer zich afvraagt waarom zijn straat nog steeds vol gaten zit en waarom er geen betaalbare woning te vinden is. Veiligheid en wonen domineren de zorgen van kiezers, maar nationale partijen reageren met abstracte verhalen en partijlogo's.

Lokale partijen doen het tegenovergestelde. Die hebben geen ideologisch ballast. Geen partijbestuur in Den Haag dat meekijkt. Geen Kamerfractie die de lijn bepaalt. Ze zeggen simpelweg: dit is jouw wijk, dit is jouw probleem, en wij gaan het fixen. Dat klinkt banaal, maar het werkt wel.

Het resultaat zie je al jaren aankomen. In sommige gemeenten halen lokale partijen zelfs een absolute meerderheid. Dat is geen proteststem meer. Dat is macht. Ondertussen groeit het aantal kandidaten en lijsten verder door. In 2026 zijn er bijna 62.000 kandidaten voor ruim 8.500 zetels. Dat is geen teken van een gezonde, overzichtelijke democratie. Dat is fragmentatie. Versnippering. Iedereen zijn eigen clubje.

Toch is het te makkelijk om dit af te doen als chaos. Dit is een rationele reactie van kiezers op een systeem dat niet meer levert. Gemeenten krijgen steeds meer taken – van zorg tot woningbouw – maar zijn financieel afhankelijk van het Rijk en politiek overgeleverd aan partijen die liever landelijke spelletjes spelen. Dan krijg je dus dat mensen hun heil zoeken bij partijen die wél dichtbij staan.

Maar laten we eerlijk zijn: lokale partijen zijn geen wondermiddel. Ze zijn vaak afhankelijk van een paar sterke personen, missen soms expertise en kunnen net zo goed verzanden in cliëntelisme of amateurisme. Dat zie je nu al terug in zorgen over de kwaliteit van gemeenteraden en de toenemende werkdruk. "If you pay peanuts, you get monkeys", zei een lokale lijsttrekker cynisch. Hij heeft een punt.

Dus wat gebeurt hier echt? De gemeentepolitiek wordt losgetrokken van het nationale systeem. Niet omdat iemand dat zo bedacht heeft, maar omdat kiezers het afdwingen. De klassieke partijen verliezen hun monopolie op legitimiteit en ze hebben nog steeds niet door waarom. Ze blijven denken in campagnes. In slogans. In lijsttrekkersdebatten. Terwijl de kiezer iets anders doet: die kijkt om zich heen en stemt op degene die hij kent, of in ieder geval denkt te kennen. Dat is geen romantiek. Dat is wantrouwen in alles wat te groot, te ver en te abstract is geworden.

De groei van lokale partijen is dus geen hype. Het is een symptoom. Van een politiek systeem dat zichzelf te belangrijk is gaan vinden en de basis is kwijtgeraakt. Tenzij landelijke partijen stoppen met doen alsof de gemeente een verlengstuk is van Den Haag, wordt dit alleen maar erger. Niet omdat lokale partijen zo goed zijn, maar omdat de landelijke partijen zo slecht luisteren.