Er zijn carrières die je respect afdwingen. En er zijn carrières die vooral bestaan uit goed geplaatste opstapjes. Eleanor Boekholt-O'Sullivan hoort in die tweede categorie.
Op papier oogt het indrukwekkend: luitenant-generaal, topfunctie bij de luchtmacht, daarna minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Maar wie iets verder kijkt dan het cv, ziet iets anders: een bestuurder die telkens omhoog viel zonder ooit aantoonbaar te leveren.
Neem haar militaire loopbaan. Ze schopte het tot de top van de luchtmacht, zonder dat daar een duidelijk militair track record tegenover stond. Dat is geen insinuatie, dat is letterlijk eerder vastgesteld: haar reputatie als "stoer sociaal talent" maskeerde vooral dat ze militair weinig concreets had gepresteerd.
Dat is al vreemd. In een organisatie waar competentie normaal gesproken wordt getest onder druk, hoort iemand niet zo ver te komen op basis van managementpraat en symboliek. Toch gebeurde het. Waarom? Omdat ze perfect paste in een verhaal.
Diversiteit. Vernieuwing. De juiste uitstraling.
Toen ze commandant werd van Vliegbasis Eindhoven viel dat samen met een actieve campagne om meer vrouwen aan de top te krijgen. Haar eigen commandant gaf impliciet toe dat ervaring niet doorslaggevend was. Management was blijkbaar belangrijker dan vakmanschap.
Prima, maar dan moet je als manager wél leveren.
Maar wat liet ze achter? Dossiers over veiligheid, klokkenluiders en dubieuze vluchten met militaire toestellen voor privétripjes. Kosten: tot 140.000 euro. Haar oordeel: geen misstand.
Dat is geen leiderschap. Dat is wegkijken.
Het patroon herhaalt zich bij Defport, een publiek-private samenwerking waar zij aan werkte. Na anderhalf jaar moest er een externe adviseur invliegen om überhaupt structuur aan te brengen. Conclusie: teleurstellende voortgang en gebrek aan concrete resultaten.
Met andere woorden: veel woorden, weinig output.
Zelfs haar paradepaardje — bescherming voor vrouwelijke militairen — loopt spaak. Een speciaal ontworpen scherfvest bleek bij tests levensgevaarlijk. De oplossing? Een bestaand Amerikaans vest inkopen dat op dat moment niet eens volledig kogelwerend was.
Dat is geen innovatie. Dat is improvisatie met een persbericht eroverheen.
En dan komt de politiek.
Sinds februari 2026 is ze minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Een dossier dat technisch, bestuurlijk en politiek extreem complex is. Woningtekorten, corporaties, regelgeving, miljardeninvesteringen — dit is geen plek voor iemand die nog moet leren waar ze het over heeft.
Haar eerste optreden in de Tweede Kamer maakte dat pijnlijk zichtbaar.
Ze kreeg een briefje aangereikt en zei letterlijk dat ze het wel kon voorlezen, maar dan niet wist wat ze zei. Op vragen moest ze antwoorden dat ze het niet wist. Een ambtenaar bood zelfs aan het woord over te nemen.
Dat is geen slechte dag. Dat is iemand die niet voorbereid is op haar functie.
En dan moet je de kern durven benoemen: dit is geen individueel falen, dit is D66-selectie-falen.
D66 presenteert zichzelf graag als de partij van competentie en goed bestuur. Maar hier zie je het tegenovergestelde. Een kandidaat wordt gekozen omdat ze het juiste verhaal belichaamt, niet omdat ze aantoonbaar geschikt is.
Zelfs kritiek vanuit andere hoeken wijst op dezelfde rode vlaggen. Haar rol in een klokkenluidersaffaire bij de luchtmacht roept serieuze vragen op over integriteit en leiderschap.
En toch wordt ze minister, van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zelfs. Met een topzwaar dossier!
Waarom? Omdat ze in het plaatje past.
Een vrouwelijke generaal die de woningcrisis gaat oplossen, dat verkoopt goed. Het klinkt daadkrachtig. Het oogt vernieuwend. Maar beleid is geen marketingcampagne.
Een woning bouw je niet met slogans. Een ministerie run je niet op uitstraling.
Wat je hier ziet is een systeem dat liever een verhaal vertelt dan een probleem oplost. Mannen aan de top die zichzelf progressief vinden, schuiven een kandidaat naar voren die dat beeld bevestigt. Kritiek wordt gezien als ongewenst, want het verstoort het narratief.
Het resultaat is voorspelbaar.
Iemand zonder aantoonbare inhoudelijke basis wordt op een van de zwaarste dossiers van het land gezet. Vervolgens blijkt ze niet in staat om zelfs basale vragen te beantwoorden.
En dan is iedereen verbaasd.
Onzin. Dit was volledig voorspelbaar.
De echte schade zit niet in haar persoonlijke reputatie, die overleeft dit wel. De schade zit bij de mensen die afhankelijk zijn van dit beleid. Starters die geen huis kunnen vinden. Gezinnen die vastzitten. Ouderen die nergens heen kunnen.
Die krijgen geen minister. Die krijgen een experiment.
Als je iemand op een functie zet omdat het verhaal klopt, krijg je precies dit: een generaal zonder oorlog en een minister zonder antwoord.