Er zijn landen waar meters sneeuw vallen en men denkt: lekker fris. En dan is er Nederland, waar vijf centimeter wit poeder genoeg is om de samenleving te laten functioneren als een modem uit 1998. Zodra de eerste vlok het asfalt kust, verschijnt er een nationale bijsluiter: Blijf kalm. Ga niet bewegen.

Op de snelweg ontstaat direct de traditionele file, een soort levend museumstuk. Auto's staan bumper aan bumper terwijl bestuurders elkaar aankijken met de blik van ontdekkingsreizigers die beseffen dat niemand het kompas heeft meegenomen. Winterbanden? Jazeker, maar alleen op de achterwielen. Voor balans, of zoiets.

Het openbaar vervoer doet ondertussen wat het altijd doet bij lichte neerslag: existentiële vragen stellen. Treinen worden "uit de dienstregeling gehaald", wat voelt als een nette manier om te zeggen dat ze even niet meer in deze realiteit geloven. Wissels hebben het koud, bovenleidingen zijn "gevoelig", en reizigers krijgen omgeroepen dat ze begrip moeten hebben. Dat hebben ze ook. Voor elkaar. Minder voor de stem die zegt dat hun trein nu echt over twee minuten komt.

Op Schiphol is het feest compleet. Vliegtuigen staan in de rij alsof ze kaartjes hebben voor de botsauto's. Koffers zien meer van Nederland dan hun eigenaren. De luchthaven roept dat alles "onder controle" is, wat meestal betekent dat iemand ergens een Excelbestand heeft geopend. De sneeuwschuivers doen hun best, maar tegen de tijd dat baan A vrij is, heeft baan B besloten zelf ook even winter te worden.

En dan is er de warme stem van Rijkswaterstaat, die ons toespreekt alsof we een groep peuters zijn met een doos lucifers. Ga alleen de weg op als het echt nodig is. Werk thuis. Pas uw rijgedrag aan. Nederland knikt collectief en stapt vervolgens toch in de auto, want iemand moet de melk halen. En dat iemand zijn wij allemaal.

Thuiswerken wordt gepresenteerd als reddingsboei, maar ook daar is sneeuw invloedrijk. De wifi hapert "door de kou", via Teams vergadert men met vijf bevroren gezichten, en iedereen zegt tegelijk: "Jullie vallen weg." De koffieautomaat wordt node gemist, de file niet.

Na een aantal dagen dooit het. Het land ademt met een diepe zucht uit. We doen alsof er niets is gebeurd, behalve dat we het er nog jaren over zullen hebben. Weet je nog, die winter? Ja. Die van vijf centimeter. Dat was me er eentje.