Er zijn van die berichten die je niet leest, maar die je ondergaat. Zo'n pushmelding die begint met: "Waarschuwing drinkwater." Je hartslag omhoog, je hersenen op standje doemscenario. Nog vóór je weet om welke bacterie het gaat, zie je jezelf al met jerrycans door de straat rennen, op zoek naar een bergbeek in de Ardennen.

Dit keer is het de enterokokkenbacterie. Alleen het woord al. Het klinkt als een obscure progrockband uit de jaren zeventig of als iets waarvoor je antibiotica krijgt met bijwerkingen die erger zijn dan de kwaal. Volgens de experts is er voor gezonde volwassenen weinig aan de hand, maar voor pasgeboren baby's en kwetsbare ouderen kan het heftig zijn. Dat "kan" is cruciaal: het is het woord dat je fantasie volledig loslaat.

Want laten we eerlijk zijn: niemand kookt water voor zichzelf. Nee, we koken water voor anderen. Voor baby's die we niet hebben, voor ouderen die ergens anders wonen, voor een hypothetische schoonmoeder die plots onaangekondigd op de stoep staat en een kopje thee wil. Uit voorzorg.

Dus daar sta je dan. In de keuken. Water te koken. Niet omdat je dorst hebt, maar omdat het moet. Omdat de overheid het zegt. En omdat je diep vanbinnen denkt: zo begint het altijd.

Het begint met "kook het water". Daarna volgt "gebruik flessenwater". Vervolgens "sluit ramen en deuren". En voor je het weet zit je in de kelder met ingeblikte bruine bonen, een radio op batterijen en de stellige overtuiging dat "ze" onderweg zijn. Want ja, je weet het maar nooit. Je voorbereiden voor als de Russen komen is ineens geen grap meer, maar een levenshouding.

Dat is ook het mooie aan dit soort waarschuwingen: ze zeggen nooit expliciet dat er paniek nodig is, maar ze nodigen er wel subtiel toe uit. "Geen reden tot ongerustheid", zeggen ze, terwijl ze exact uitleggen hoe je alles moet ontsmetten wat ooit met water in aanraking is geweest. Tandenpoetsen? Met gekookt water. Groenten wassen? Gekookt water. Huisdieren? Liefst ook even koken, voor de zekerheid.

Intussen kijk je met wantrouwen naar je kraan. Dat ding waar je jarenlang blind op vertrouwde. Waar je achteloos een glas onder zette na een avond stappen. Waar je kinderen hun mond onder open sperden alsof het een natuurlijke bron was. En nu blijkt: verraderlijk. Altijd al geweest misschien. Wie weet wat er nog meer in zat. Enterokokken vandaag, enterorussen morgen.

En toch is het ook weer zo voorbij. Over een paar dagen komt het verlossende bericht: "Drinkwater weer veilig." We halen opgelucht adem, zetten de waterkoker uit en keren terug naar onze normale staat van lichte, permanente onrust. De jerrycans verdwijnen terug naar de schuur. De Russen blijven (voorlopig) weg.

Tot de volgende waarschuwing. Want die komt. Altijd. En dan staan we er weer. Met een pan op het vuur, een wenkbrauw omhoog en de gedachte: ach ja, baat het niet, dan schaadt het niet. Behalve dan aan je zenuwen. En je vertrouwen in de kraan.