Iedere winter gebeurt het weer: het KNMI stuurt code Oranje, het land verandert in een glijbaan waar Olaf uit Frozen trots op zou zijn, en werkgevers kijken elkaar aan alsof er niets bijzonders aan de hand is. Alsof het hier gaat om een paar gezellige vlokjes poedersneeuw, niet om de Nederlandse versie van een mini-sneeuwtijd.
Maar niets is minder waar. Er valt sneeuw! Niet eens zóveel, maar genoeg om Schiphol te laten sputteren, treinen te laten haperen en automobilisten te transformeren tot experimentele slippende kunstwerken. En wat doet de doorsnee werkgever? Die pakt z'n agenda erbij en zegt: "Je ziet er koud uit — maar … kom 35 kilometer lopen als je bang bent om te rijden."
35 kilometer. Nou ja, dat is geen wandelingetje meer. Dat is eerder een pilgrimstocht met winterbanden, maar dan zonder winterbanden. Je moet bijna op een sleetje je tocht beginnen. Of jezelf ingepakt als een Michelin-mannetje. Het klinkt als een nieuwe Nederlandse traditie: de jaarlijkse bedrijfswandeling-to-office challenge. Iedereen krijgt een medaille, behalve degene die begint te huilen bij de eerste ijzel.
Intussen voelt bijna 70 % van de werknemers zich totaal niet gesteund door hun bazen. Dat is niet verrassend — het klinkt alsof werkgevers denken dat winterweer een urban myth is, net zoals regen in Californië of werkloosheid in de steengroeven van Zwitserland.
Je kunt het bijna romantisch voorstellen: "Ik wandel vandaag 35 km naar kantoor, ik voel de frisse sneeuw onder mijn schoenen, ik zing kerstliederen bij elk verkeerslicht." Maar in werkelijkheid word je eerder getrakteerd op zenuwachtig glibberen, rukwinden en collega's die je appen: "Ben je er al?" — terwijl je net bent omgevallen over je eigen sjaal.
Er zijn natuurlijk werkgevers die zeggen dat er zoiets bestaat als de "onwerkbaar weer"-clausule in de CAO, wat betekent dat je soms veilig thuis mag blijven als het écht gevaarlijk is. Alleen: veel baasjes blijken daar pas van te hebben gehoord nadat hun eigen stoep was geveegd.
Laat dat even bezinken. Er is een officiële wettelijke regel die zegt: als het gewoon écht een ijsbaan buiten is, mag je bij Gods gratie thuisblijven. Maar de gemiddelde leidinggevende lijkt dit te interpreteren als: "Je moet jezelf wel een beetje nuttig voelen tijdens je barre tocht." Alsof je in de Himalaya bent en je team je roept met chocolademelk en een thermosfles. Het verschil? In de Himalaya is het uitzicht minstens spectaculair. In Nederland is het gewoon 'sneeuw bij de Jumbo', file op de A12.
En laten we eerlijk zijn: we hebben niet eens een land dat gewend is aan sneeuw. Vroeger was het elk jaar raak, maar tegenwoordig is het zeldzamer dan een vrije parkeerplek in Amsterdam. Hierdoor is de infrastructuur er slecht op voorbereid — de NS heeft zelfs treinen die blijven steken door bevroren wissels, wat leidt tot vertragingen en chaos.
Dus wat doen werkgevers? Ze roepen dapper: "Het is maar 35 km, haal een thermoskan, trek je warmste sokken aan en kom maar lopend!" Alsof ze niets liever willen dan een nationale sportcompetitie introduceren waar iedereen te voet naar het werk racet — met een trofee van een stressbal en een oppepper van de HR-afdeling.
Misschien zien we over een paar jaar wel specifieke bedrijfsversies van de Elfstedentocht: alleen niet op het ijs, maar over de sneeuwvrije stoep van Leiden naar Amersfoort via Utrecht. Iedereen die ooit te laat kwam door code oranje krijgt een speciale onderscheiding.
Het is tijd voor compassie én voor een realistische aanpak. Werkgevers mogen verwachten dat je je werk doet — maar als het winterweer zo streng is dat zelfs je auto een winterslaap lijkt te houden, dan is er meer nodig dan een krabbel op een memo. Misschien een warmtekussen? Of een bedrijfs-slee?
Tot die tijd: blijf warm, blijf veilig — en als je die 35 km toch gaat lopen? Vergeet je thermoskan niet.