Het sneeuwt. En niet zo'n o, wat gezellig, een paar vlokjes, maar een ja, we zitten hier in SiberiĆ«?-type sneeuw. Het land is gehuld in een serene witte deken — fantastisch voor de Instagrampagina's van fietsers — maar minder fantastisch voor iedereen die toch per auto naar werk, school of de dichtstbijzijnde warme chocomel-drive-thru wilde.

Rijkswaterstaat had zich er geestelijk op voorbereid. Ze hadden zout ingeslagen alsof ze een zoutmijn begonnen, strooiwagens stonden klaar alsof het Formule 1-pit crews waren. Maar toen kwam de ochtendspits. En BAM! — daar was het filemonster. Niet een beetje, maar 700 kilometer file volgens de verkeersinformatie, een van de drukste woensdagochtendspitsen in bijna 27 jaar.

Je kunt je voorstellen hoe de Rijkswaterstaat-woordvoerder die ochtend naar de filecijfers keek: eerst verwarring, toen ongeloof, gevolgd door lichte paniek en koffie over zijn toetsenbord. “Zo druk? Wij? In sneeuw? Onmogelijk!” Ja hoor, het verkeer schoof kilometer na kilometer voort in een sympathieke imitatie van een rupsband op een sneeuwman.

Het was ook geen normale sneeuwval. Het KNMI had oranje weerwaarschuwingen afgegeven — code oranje! De officiĆ«le manier om te zeggen: Blijf binnen, omhelst je huisdier en denk na over je leven.

Maar goed, Nederlanders zijn nuchter — behalve in het verkeer. Want toen Rijkswaterstaat nog bezig was met het tellen van de eerste 300 kilometer file, stond de teller al op 500. En ja, later zelfs 700 kilometer. Dat is alsof iedereen in Nederland besloten heeft tegelijkertijd op dezelfde dag naar hetzelfde feestje te rijden — maar niemand weet waar het feestje eigenlijk is.

Je kunt bijna sympathie krijgen voor Rijkswaterstaat. Ze hadden het echt geprobeerd. Ze hadden gezwaaid met strooiwagens, ze hadden hashtags met #BlijfThuis, ze hadden zelfs thuiswerk-adviezen gegeven. Maar ja, thuiswerken is natuurlijk een concept dat in de sneeuwpaspoort-wereld van sommige Nederlanders nog uitgelegd moet worden: "Hoezo thuiswerken? Je moet toch je favoriete thermosmok laten zien aan collega's?"

Ondertussen verzamelde de ANWB al de rijders met verkleumde neuzen en stille wensen om een toverstokje te hebben waarmee je de files kunt weg-photoshoppen. Bussen? Die reden nauwelijks, met bussen die stilstonden als pinguĆÆns op een zonnige dag. Treinen? Die hadden blijkbaar ook besloten dat sneeuw een indrukwekkende excuus was om zich te verstoppen.

Op Schiphol was de toestand net zo winters. Meer dan duizend gestrande reizigers brachten de nacht door tussen koffers en veldbedden, alsof ze deelnamen aan een survival-kamp dat niemand gevraagd had. De luchthaven annuleerde honderden vluchten — want als zelfs vliegtuigen besluiten dat sneeuw cooler is dan vliegen, wat moet je dan nog?

Terug op de snelwegen werd duidelijk dat sneeuw meer is dan alleen een charmante decoratie. Het is een nationale stress-test. Slechts tien centimeter sneeuw laat automobilisten navigatiesystemen zien die eruitzien alsof ze in een puzzelboek zitten: "Berekenen route… error… probeer later opnieuw."

En daar stond Rijkswaterstaat dan — niet alleen met strooiwagens, maar met een gevoel van verwarring dat alleen overtroffen wordt door iemand die voor het eerst een fiets probeert te berijden op een gladde stoep. Het was alsof ze ingehuurd waren om een sneeuwbalgevecht te organiseren, maar in plaats daarvan een volkssportwedstrijd file-schuiven hadden gewonnen.

De moraal van het verhaal? Sneeuw maakt alles mooier — behalve het verkeer. Files in de sneeuw zijn net als appelsap zonder prik: je had er geweldige verwachtingen van, maar het resultaat is toch een beetje meh.

Dus volgend jaar, als het weer begint te sneeuwen, bedenk dan dit: Rijkswaterstaat kan de wegen strooien, de KNMI kan code-oranje geven, maar uiteindelijk bepaalt de Nederlandse automobilist zelf of hij die dag thuiswerkt, of juist de landelijke file-kilometerstand wil sponsoren. Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik denk dat ik volgende keer gewoon een dag vrij neem zodra er een vlokje sneeuw valt.