Washington praat over Iran alsof het een dossier is. Over opties, doelen, drukmiddelen. Wat men daar eindelijk begint te beseffen, is dit: het Iraanse volk zelf roept om ingrijpen. Niet fluisterend. Openlijk. Wanhopig.
Ik hoor westerse commentatoren zeggen dat Iraniërs geen Amerikaanse bommen willen. Onzin. Dat verhaal is comfortabel, maar achterhaald. Wie luistert naar Iraanse activisten, diaspora-groepen, familieleden van geëxecuteerden, hoort iets anders: doe iets. Niet nog een verklaring. Niet nog een sanctiepakket dat de verkeerde treft. Iets dat pijn doet waar het regime zit.
Het Iraanse volk leeft al decennia onder een staat die moordt om te regeren. Protest betekent gevangenis of erger. Verkiezingen zijn toneel. Rechtspraak is een grap met een strop eromheen. Diplomatie heeft dit niet veranderd. Sancties ook niet. Ze hebben vooral het dagelijks leven kapotgemaakt, terwijl de machthebbers rustig doorleven.
Dus ja, veel Iraniërs eisen Amerikaanse militaire steun. Niet omdat ze naïef zijn over oorlog, maar omdat ze weten hoe uitzichtloos vrede onder dit regime is. Voor hen is 'stabiliteit' een synoniem voor voortdurende onderdrukking. Zij zien luchtaanvallen niet als bevrijding, maar als een kans. Een opening. Chaos, misschien — maar liever chaos dan de zekerheid van de strop.
Dat maakt Washington nerveus. Want ineens valt het morele excuus weg. Je kunt niet meer zeggen dat je handelt tegen de wil van het volk. Je moet erkennen dat niet-ingrijpen óók een keuze is. Een keuze om het regime te laten winnen door tijd te rekken.
Natuurlijk is een aanval geen schone operatie. Natuurlijk gaan burgers lijden. Maar laten we stoppen met de hypocrisie: ze lijden nu al. Door executies. Door marteling. Door armoede die geen toeval is maar beleid. De vraag is niet of Iraniërs pijn zullen voelen, maar of die pijn ooit ergens toe leidt.
Het regime in Teheran leeft bij gratie van angst en internationale terughoudendheid. Elke keer dat Washington twijfelt, wint Teheran. Elke keer dat het Westen roept om 'de-escalatie', hoort het regime: ga door.
Als jij blijft zeggen dat militaire steun moreel onmogelijk is, zeg je in feite tegen Iraniërs dat ze hun strijd alleen moeten voeren — met blote handen tegen machinegeweren. Dat is geen morele superioriteit. Dat is gemakzucht.
Dit gaat niet om Amerikaanse spierballen. Het gaat om een volk dat expliciet vraagt om hulp en te horen krijgt dat hun lijden te ingewikkeld is. Dat is geen voorzichtigheid. Dat is lafheid, vermomd als nuance.