Iran is deze week wat je krijgt als je een snelkookpan vult met economische ellende, politieke onderdrukking en internationale spierballentaal, en dan vergeet het vuur uit te zetten. Het resultaat: demonstraties, doden, internet op zwart en wereldleiders die elkaar dreigen alsof het een potje Risk is dat al drie dagen te lang duurt.
De Iraniërs gingen de straat op omdat het leven onbetaalbaar is geworden. Dat klinkt banaal, maar inflatie van boven de 40 procent heeft dat effect: zelfs onderdrukking wordt duur. Winkels sloten, steden vulden zich met woede, en slogans veranderden razendsnel van "brood!" naar "weg met het regime!". Dat is in Iran ongeveer zo'n overgang als van klagen over regen naar openlijk ruzie maken met de dondergod.
De reactie van het regime? Klassiek. Hard. Voorspelbaar. Veiligheidstroepen, arrestaties, doden — en natuurlijk het internet uit. Want niets zegt "we hebben alles onder controle" zoals het massaal afsluiten van WiFi voor 85 miljoen mensen. Alsof je huis in brand staat en je eerste reflex is: even de rookmelder eruit halen.
Hoeveel doden er precies zijn gevallen, weet niemand zeker. Dat is geen toeval, dat is beleid. In Iran is transparantie iets wat je vooral van glas kent, niet van de overheid. De ene bron spreekt van tientallen, de andere van honderden. Het regime zegt: "Criminelen." Nabestaanden zeggen: "Onze kinderen." Het antwoord laat zich raden, maar zit ergens waar je zonder internet niet bij kunt.
En dan is er altijd dat moment waarop de binnenlandse tragedie internationaal entertainment wordt.
De Verenigde Staten kijken mee, fronsen de wenkbrauwen en zeggen wat ze altijd zeggen: "We willen geen oorlog." Gevolgd door: "…maar als jullie ook maar iets doen wat ons niet bevalt, bombarderen we jullie terug naar het pre-internet tijdperk." Diplomatie, anno nu, klinkt verdacht veel als passief-agressieve dreiging met kernkoppen.
Iran reageerde zoals verwacht: "Als jullie ons aanvallen, slaan wij terug." Geen verrassingen daar. Het Midden-Oosten kent dit script uit het hoofd. Act 1: protest. Act 2: repressie. Act 3: internationale dreigementen. Act 4: iedereen zegt dat ze escalatie willen voorkomen terwijl ze alvast de lont vasthouden.
Het wrange is dat terwijl wereldleiders stoer doen en regimes zichzelf met geweld in stand houden, zijn het gewone Iraniërs die de prijs betalen. Mensen die geen regime willen omverwerpen voor de lol, maar gewoon willen leven zonder angst, zonder armoede en zonder dat hun toekomst wordt gegijzeld door mannen die God en macht in één adem claimen.
En toch blijft de wereld toekijken met dat bekende mengsel van verontwaardiging en vermoeidheid. "We hebben dit al eens gezien." Alsof herhaling het minder ernstig maakt.
Je kunt er cynisch over doen — en dat doen we ook — maar de werkelijkheid is dat humor hier vooral dient om niet moedeloos te worden. Want de echte grap is niet dat Iran onder hoogspanning staat. De echte grap is dat iedereen precies weet hoe dit afloopt, en niemand het kan of wil stoppen.
Het regime zal harder optreden. De demonstranten zullen blijven terugkomen. De VS zal blijven waarschuwen. Iran zal blijven dreigen. En ergens daartussen vallen doden die in persberichten veranderen in statistieken.
Hoogspanning, ja. Maar niet omdat de uitkomst onzeker is. Het volk zal zegevieren, maar heeft daarvoor een zeer zware prijs betaald.