Het is officieel: straks heeft iedereen een robot die de was ophangt en koffie zet. Dat zeggen experts, techbeurzen en mensen met coltruien die "disruptie" fluisteren alsof het een religie is. En eerlijk is eerlijk: ik kan niet wachten. Niet omdat ik van technologie hou, maar omdat ik al twintig jaar niet begrijp waarom sokken altijd single eindigen.
Volgens de belofte van de toekomst loop je straks je keuken binnen en zegt je robot: "Goedemorgen. Je koffie is klaar. Je witte was hangt buiten. Je leven is nog steeds zinloos, maar wel netjes gevouwen."
Want dát is vooruitgang.
De huishoudrobot van morgen kan alles. Hij pakt je was uit de machine, herkent het verschil tussen een theedoek en een trui (iets wat ik na drie wasbeurten nog steeds niet kan), en hangt alles kaarsrecht op. Inclusief dat ene T-shirt dat altijd nat blijft. Zelfs God weet niet waarom.
En koffie zetten. Niet zomaar koffie, nee — barista-waardige koffie. Met schuim. Met latte art. Met een hartje. Een hartje dat je herinnert aan alles wat je ooit wilde worden voordat je nu afhankelijk bent van een machine met een lithiumbatterij en betere motoriek dan jijzelf.
De robot doet dit niet omdat hij je aardig vindt. Hij doet dit omdat hij zo geprogrammeerd is. Liefde heet nu "softwareversie 4.2.1".
Het mooie is: die robot leert jou kennen. Hij weet hoe laat je opstaat, hoeveel koffie je nodig hebt om functioneel mens te spelen, en hoe vaak je zegt “morgen hang ik de was op”. Spoiler: morgen bestaat niet. Je robot weet dat al.
En ja, hij luistert mee. Dat is geen bug, dat is een feature. Hij hoort je vloeken als je je teen stoot. Hij weet dat je tegen jezelf praat. Hij weet dat je soms tegen de wasmand zegt: "Ik zie je later." Alleen later kwam nooit. Tot nu. Nu kwam de robot.
Sommige mensen maken zich zorgen over privacy. Onzin. Wie niets te verbergen heeft, hoeft niet bang te zijn voor een robot die exact weet hoe vaak jij dezelfde joggingbroek draagt. Toch?
Stel je voor: de robot hangt de was op en vraagt plots: "Waarom bezit u zeven identieke witte T-shirts?" "Waarom drinkt u koffie om 22.30 uur?" "Waarom noemt u mij soms 'maatje'?"
En dan is er dat moment. Het moment dat hij beter wordt dan jij. Hij hangt de was rechter op dan jij ooit deed. Hij zet koffie die consistent goed is. Hij vergeet nooit een wasknijper. Nooit. Jij? Jij vergeet jezelf.
Maar troost je: jij mag nog steeds werken. Want iemand moet de robot betalen.
De ultieme ironie is natuurlijk dat we ooit droomden van robots die filosofeerden, schilderden en dachten over het universum. En wat doen ze nu? Ze vouwen jouw ondergoed. Dat is geen technologische vooruitgang. Dat is nederigheid met Wi-Fi.
Straks staat hij daar. In je keuken. Met een kop koffie. De was droogt. Alles is geregeld. En jij denkt: "Wat moet Ãk nu doen?"
Het antwoord is simpel: je kunt eindelijk leven. Of, realistischer: je koopt nóg een robot. Voor emotionele ondersteuning. Die zegt dan: "Het is oké. U bent niet nutteloos. U bent gewoon geüpdatet."