Het nieuwe kabinet is nog niet eens geboren of het heeft al een wiegje met zijwieltjes nodig. Een minderheidskabinet van D66, CDA en VVD: drie partijen die samen nét genoeg zijn om een persconferentie te vullen, maar te weinig om zonder begeleiding de straat over te steken. Gelukkig is daar de heimelijke gedoogsteun van GroenLinks-PvdA, fluisterend vanaf de zijlijn als een soort politieke oppas die zegt: "Ga jij maar slapen, wij doen het licht wel uit."
En dan Dilan Yesilgöz. De wolvin in schaapskleren. Ze blaat vriendelijk over daadkracht en verantwoordelijkheid, terwijl ze ondertussen met een fluwelen poot de achterdeur naar links openzet. Betrouwbaarheid, zo blijkt, is in Den Haag geen eigenschap maar een accessoire: je draagt het tot het niet meer bij de outfit past. JA21 mag niet meedoen – stel je voor, een partij die daadwerkelijk iets wil doen met migratie. Dat zou de zorgvuldig uitgekozen middenkoers verstoren, waarin iedereen een beetje teleurgesteld is maar niemand echt boos. Behalve de VVD-achterban dan.
Die achterban staat inmiddels in de foyer met jas nog aan, popcorn in de hand, te kijken naar een voorstelling die ze al kennen. De titel: "Dit keer is het anders." Acte één: stoere taal over grenzen en grip. Acte twee: onderhandelingen achter gesloten deuren. Acte drie: een linkse agenda in de praktijk, met migratie als figurant die bij de première al uit de cast is geschreven. Applaus klinkt vooral vanaf de balkonstoelen van GroenLinks-PvdA, waar men tevreden knikt: weer gelukt.
Het CDA speelt ondertussen de rol van meubelstuk. Niet storend, niet dragend, maar handig om een glas op te zetten. D66 is de dramaturg: idealistisch, moreel verheven en altijd klaar om te verklaren waarom realiteitszin eigenlijk een achterhaald concept is. En de VVD? Die verkoopt de kaarten. Rechts op de poster, links in de zaal.
Het mooiste is misschien wel de geheimzinnigheid rond die gedoogsteun. Officieel is er niets afgesproken, net zoals je "officieel" niet hebt gesnoept als je met chocoladevlekken rondloopt. Iedereen weet het, niemand zegt het hardop. En ondertussen schuift het beleid gestaag op naar links, want ja, zonder steun valt het kabinet om en dat zou zó onhandig zijn, vlak na de fotosessie.
Migratie wordt het kind van de rekening. Niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het lastig is. En lastige onderwerpen zijn in Den Haag als hete aardappelen: je gooit ze door tot iemand ze laat vallen. De VVD-kiezers kijken toe en vragen zich af wanneer ze weer aan de beurt zijn om serieus genomen te worden. Antwoord: bij de volgende verkiezingen, natuurlijk. Dan begint de voorstelling opnieuw.
Tot die tijd mogen we genieten van een kabinet dat minderheid heet, maar meerderheidspolitiek bedrijft – zolang die meerderheid maar links genoeg is. En van een wolvin die ons verzekert dat ze echt, écht op de schapen past. Dit keer dan. Slaap zacht!