De nieuwe aanpak voor box 3 is geen subtiele aanpassing maar een ingreep die spaarders, beleggers en de Belastingdienst zelf in een keurslijf dwingt dat niet past. Het kabinet wil het forfaitaire rendement anders wegen en tegelijk meer mensen laten meebetalen door het heffingsvrije vermogen te verlagen — dat maakt dat ongeveer 300.000 extra Nederlanders straks belasting over hun vermogen betalen. Dat is een politieke keuze met concrete pijnpunten, geen technische bijstelling.

Wat me het meest stoort is de belofte van eerlijker heffen staat haaks op de praktijk van complexiteit en uitvoeringsellende. De Raad van State waarschuwde dat het voorgestelde stelsel veel complexer wordt en de uitvoerbaarheid in gevaar brengt. Als je het eerlijk wilt maken door 'werkelijk rendement' te belasten, maak je de regels en de administratie zó ingewikkeld dat de burger er hulp bij nodig heeft — precies de situatie die de Raad als onwenselijk bestempelde. Dat is meer bureaucratie, geen verbetering voor de belastingbetaler.

En dan de juridische kant: de Hoge Raad wees terecht op onrechtmatige schattingen in het oude systeem en eiste rechtsherstel. Maar het antwoord van de politiek — deels meer notionele tarieven, deels een tegenbewijsregeling — lost het fundamentele probleem niet op. Het compenseren van teveel betaalde belasting is terecht, maar het nieuwe stelsel legt de rekening op andere manieren terug. Mensen met veel liquiditeiten maar lage werkelijke opbrengsten worden geraakt; mensen met ongerealiseerde waardestijgingen (zoals vastgoed of crypto) kunnen ineens veel meer betalen zonder dat er cashflow is om dat te dekken.

Let op wat dit betekent voor gedrag. Als jij vandaag een verhuurder of particuliere belegger bent, ga je nadenken waarom je vermogen aanhoudt in Nederland. Hoge administratieve lasten en het risico dat ongerealiseerde winsten tóch meetellen, nodigen uit tot ontwijkingsgedrag: verhuurwoningen verkopen, spaargeld elders parkeren, of ingewikkelde constructies opzetten. Zo werkt beleid dat 'rechtvaardiger' bedoelt te zijn: het versnelt verschuivingen die de woningmarkt verder onder druk zetten en de fiscale basis uithollen. Dit is niet hypothetisch — experts en brancheorganisaties luiden al de noodklok.

Er is ook een democratisch probleem. Belastingsysteem verandert horen we als iets technisch en onvermijdelijks, maar dit is een verdelingsoordeel: wie betaalt meer, wie minder? Dat hoort open en eerlijk te worden uitgediscussieerd — niet weggestopt achter ingewikkelde rekensommen en formulieren. In plaats daarvan krijg je tegenbewijsregelingen, tijdelijke maatregels en formulieren waarvan de Belastingdienst zelf zegt dat ze de dienstverlening onder druk zetten. Dat is onzorgvuldig beleid.

Mijn standpunt is helder: het huidige voorstel ruilt een juridisch juist uitgangspunt (geen willekeurige schattingen) in voor een praktisch zooitje waar de burger het eerste slachtoffer van wordt. Als het doel echt eerlijkheid is, dan is er maar één logische route: een simpel, transparant systeem dat werkelijke rendementen belast zonder de rest van de economie en de uitvoeringscapaciteit kapot te slaan — of een expliciete keuze voor een eenvoudige, forfaitaire heffing waarbij men wéét waar men aan toe is. Wat we nu krijgen lijkt op het slechtste van beide werelden.

Ik vind dat politici moeten stoppen met het verdoezelen van de pijn en kiezen: óf echte vereenvoudiging met acceptabele schulden- en vrijstellingsregels, óf een doordacht systeem van werkelijke rendementsheffing met voldoende uitvoeringskracht en overgangsregelingen. Alles daartussen is onrechtvaardig en onpraktisch — en wij met z'n allen betalen de rekening voor deze politieke onkunde.